conceptueel kunstenaar - portrettist

Johanna Smit 1874-1945
Geboren ondernemer: Ken jij je voormoeders?

Fluisteringen in de schemering- Voormoeders in the picture. Waaiportret Johanna Smit tot november 2021 te zien in  landgoed Smalenbroek Enschede

F L U I S T E R I N G E N in de schemering: Voormoeders in the picture, een installatie van drie monumentale Waaiportretten door Meg Mercx.  Dit kunstproject zet de vrouw in de ‘vaderlandse’ geschiedenis centraal. WIE ZIJN JOUW VOORMOEDERS?

Voormoeder Johanna Smit, mijn overgrootmoeder, werd maandag 2 november 1874 geboren in Ambt Delden (Wien). De zon ging die dag op om 7:35 u en ging onder om 17:10 u. Het was buiten zo’n 4 graden Celsius. Haar vader was landbouwer Jan Hendrik Smit, geboren en getogen in Ambt Delden. Haar moeder, Bernardina Slaghekke, kwam uit Holthuizen, zo’n kleine twintig kilometer verderop en was ook afkomstig uit een boerengeslacht. Haar ouders waren beiden analfabeet. Bernardina zelf schreef net als haar partner Jan Hendrik moeizaam, zien we op hun trouwakte in 1872. Ze kregen in het totaal vijf kinderen, waaronder dochter Johanna. Dit meisje zal wel naar school zijn gegaan en goed hebben kunnen lezen en schrijven. Hoe lang ze naar school is geweest, of ze thuis op de boerderij geholpen heeft of uit werken is gegaan, dat vertellen de familieverhalen en de archieven mij niet. Wel dat Johanna 25 jaar was toe ze in 1899 in Lonneker trouwde met de 28-jarige Jan Hendrik Wegdam. Hoe heeft ze hem leren kennen? Want Ambt Delden lag nogal een eindje uit de buurt. Toen toch zo’n dikke vier uur lopen.

Impressie Johanna Smit: pen op papier, 67 cm x 40 cm.

Jan Hendrik kwam uit Lonneker en is geboren in 1871. Zijn vader Waander Wegdam was ook landbouwer, net als zijn moeder Gesina Vossebelt. Op zijn 15 e jaar gaat hij werken in Oele (gemeente Hengelo) als ‘koewachter’. Hij keert terug twee jaar later terug naar Lonneker. Waarschijnlijk heeft hij een oproep gehad voor de militaire dienst (lichting 1890-1891) Hiervoor werd hij afgekeurd wegens gebreken (nr. 14<38). Wat dit betekent, heb ik nog niet ontdekt. Maar van mijn moeder, hun kleindochter, weet ik dat hij een vrij ziekelijke man was met een zwakke gezondheid. Mijn overgrootmoeder, zelf een sterke, krachtige vrouw, noemde hem daarom liefkozend ‘het menneke’. ‘Het menneke’ moest dan ook veel en vaak rusten. Daarvoor stond er een speciale ligstoel in de keuken, waar hij zich na gedane arbeid doodmoe op neervlijde. In het begin van hun huwelijk was hij een korte periode fabrieksarbeider. Waarschijnlijk textielarbeider. In 1900 vind ik ze ingeschreven in de Minkmaatstraat in Enschede. Hier werd hun oudste zoon geboren, Bernardus Hendrikus (1900-1959). Rond 1902 werd Jan Hendrik koster van de St. Jozefkerk in Enschede. Ze verhuisden toen naar een huis er schuin tegenover aan de Oldenzaalschenweg (nu ‘straat’) 114 A.

       

St. Jozefkerk Oldenzaalschestraat Enschede, interieur en exterieur ca. 1920.

Naast dat ze woonde op dat adres dreef Johanna er een winkel met rooms-katholieke heiligenbeelden en kerkbenodigdheden. Ook verkocht ze kunst, met name schilderijen. De inkoop en verkoop van de handel, het decoreren van de winkel en de administratie waren totaal haar ding. Ze kreeg in dit huis nog drie zoons: Gerhardus Hermannus, (Harry) mijn grootvader (1902-1980), boekhouder te Lonneker en Hendrikus Johannes (1910-1931), boekbinder, die veel te vroeg op 21-jarige leeftijd overlijdt. In 1915 wordt er nog een zoon geboren. Helaas levenloos. Hij kreeg geen naam (NN). „Levenloos geboren kinderen of kinderen die stierven voor ze werden gedoopt, mochten vroeger niet op het R.K.-kerkhof worden begraven. Dat moest gebeuren op ongewijde grond, achter de heg van het kerkhof.” Aldus Pastor Jan Kerkhof Jonkman in De Tubantia van 2017. Hij maakte zich hard voor een een monument als nagedachtenis aan de overleden, ongedoopte kinderen. Gelukkig gebeurde dit in meer plekken in het land. Veel moeders betreurden levenslang dat hun doodgeboren kind niet op de officiële begraafplaats, noch in de hemel gewenst was!

     

Johanna Smit en Jan Hendrik Wegdam met hun twee oudste zonen: links Harry, rechts Bernhard (ca. 1907).

Mijn moeder was gek op haar oma Johanna. Ze was een warme, vrolijke en energieke vrouw die liefdevol omging met haar familie en (klein)kinderen. Zondag was altijd een speciale dag in huize Wegdam. Na het Lof, de kerkelijke middagdienst om 15 uur, serveerde Johanna voor de heren pastoors, kapelaans en haar familie, koffie met zelfgebakken Mokkataart in de herenkamer. Het mooiste servies werd hiervoor uit de kast gehaald en het hagelwitte, gesteven tafelkleed op tafel uitgespreid. De kolenkachel flink opgepord zodat de kooltjes warmrood opgloeiden. Onder de tafel zat mijn moeder, klein meisje dat ze was, genietend mee te luisteren naar de geanimeerde gesprekken van de ‘grote mensen’. Sigaren werden opgestoken, rookwolken vulden de kamer, en het borreltje werd na de koffie geschonken. Dat zal goed gesmaakt hebben.

Het loopt prima met de winkel. Waarschijnlijk ook door Johanna’s inventieve en opvallende etalagedecoratie. Hier besteedde ze veel tijd en aandacht aan. Stiekem ook omdat ze dat een van de leukste dingen vond om te doen. ‘Iedere maand bedacht ze een ander thema en veranderde ze het complete decor’ vertelt mijn moeder in haar aantekeningen over haar jeugd: ‘met lampjes, uitgeknipte figuurtjes en poedersneeuw’. Ze was iedere zondag, wanneer ze op bezoek kwamen bij haar oma, weer benieuwd hoe de etalage er nu weer uit zou zien. Wegens winkelverbouwing verkoopt Johanna de winkeldeur met spiegelruit, kozijnen en trappen zie ik op 21 januari 1925 in het Twentsch dagblad Tubantia op pagina 4 in een kleine advertentie. Een los nummer van de krant kostte toen 0,05 cent. Een paar jaar later gaat het blijkbaar nog steeds voor de wind. Johanna zet 24 april 1931 opnieuw een advertentie. Nu in het Overijssels dagblad, waar ze aangeeft terstond op zoek te zijn naar een RK kleermakersknecht die een goed kostuum kan maken. Waarschijnlijk had ze een handig iemand erbij nodig voor het vervaardigen van nieuwe kazuifels voor priesters of de misdienaars. Liturgische kleding die ook volop in haar winkel verkocht werd.

Vroeg gestorven zoon Hendrik (1910-1931).

In het begin van de twintigste eeuw werden vrouwelijke ondernemers meer geaccepteerd als gevolg van een wat progressieve manier van denken en de opkomst van feminisme. Veel vrouwen begonnen met een winkeltje of een eigen bedrijfje om wat extra inkomsten voor hun gezin te verdienen. Meestal waren hun consumenten ook vrouw. De opkomst van de textielindustrie en de ontwikkeling van het spoorweg- en telegraafsysteem speelden een grote rol in de handel. Dit gold zeker ook mijn overgrootmoeder Johanna. Ze kon dankzij uiteenlopende vervoersmogelijkheden en de telegrafie haar diverse verkoopproducten naar Enschede laten komen. Wel was ze als eigen onderneemster handelingsonbekwaam. Dat wil zeggen dat ze altijd een officiële toestemming of een machtiging van Jan Hendrik moest hebben als ze bijvoorbeeld inkoop voor de winkel wilde doen of geld van de bank wilde halen of brengen. Pas op 14 juni 1956 werd de ‘Wet handelingsonbekwaamheid afgeschaft. Getrouwde vrouwen mochten voortaan werken, een bankrekening openen en zonder toestemming van manlief op reis.’ lees ik op Historiek, het online geschiedenismagazine.

Jan Hendrik, werd in april 1935 aangereden door een taxi terwijl hij de Oldenzaalschestraat overstak. Of hij gewond was, lees ik nergens terug. Maar het liep blijkbaar wel hoog op. Het werd een rechtszaak. Er werd ƒ15,- boete en 10 dagen hechtenis geëist tegen de bestuurder H.D. de V. lees ik in het Twentsch Dagblad Tubantia. De chauffeur werd echter door de rechter vrijgesproken. Was het misschien allemaal minder dramatisch dan mijn overgrootvader had gedacht?

Johanna en Jan Hendrik op oudere leeftijd.

Na bijna veertig jaar koster te zijn geweest, moest Jan Hendrik wegens een ongeneeslijke kwaal stoppen met het werk dat hem zo lief was. Van de hem zo wèl gegunde rust hier op aarde heeft hij niet lang mogen genieten, vertelt zijn bidprentje. Negen dagen na het zware bombardement van 10 oktober 1943 te Enschede stierf Jan Hendrik op 19 oktober. Hij werd tweeënzeventig jaar. Johanna heeft het er maar moeilijk mee. Maar gelukkig heeft ze tenminste afleiding overdag. Haar winkel waar ze altijd druk mee is. De Kersttijd komt eraan. Veel klanten komen dan voor nieuwe kerstversiering of kaarsen. Ook de nieuwe kerststallen die ze besteld heeft, moeten worden nagekeken en uitgestald, ja, het leven gaat door. Maar helaas, vijf maanden daarna op woensdag 22 februari 1944 om ongeveer 13.15 uur werd Enschede opnieuw platgebombardeerd. Locatie: Oldenzaalschestraat, Enschede. Hele rijen met woonhuizen werden weggeslagen. Waaronder ook het huis en de winkel van weduwe Johanna. Alles werd met de grond gelijk gemaakt. Haar zoon Harry, mijn grootvader, was blokhoofd en elders bezig hulp te bieden, toen men hem kwam roepen omdat zijn eigen moeder in gevaar was. Ze redt het op het nippertje dankzij behulpzame buren die haar uit de brandende puinhopen halen. Die dag stierven er 40 mensen en er raakten ook nog eens 42 mensen zwaargewond. Johanna heeft enorm veel geluk gehad. Die avond gaat ze met haar zoon Harry mee naar huis. Ze gaat wonen bij zijn gezin in Lonneker. Alles is ze kwijt. Haar huis, haar winkel en haar inkomsten. Volgens mijn peetoom was nog heel lang haar strijkbeugelmachiene op een overgebleven stuk zolder te zien. Het stond daar te staan in weer en wind als stille getuige van een ingrijpende gebeurtenis.  Johanna logeerde op een kermisbed bij mijn moeder, haar kleindochter op de slaapkamer. Zij was toen een meisje van 14. Vaak lagen ze ‘s avonds in bed, in het schemerdonker over van alles en nog wat met elkaar te praten. Ze herinnert zich jaren later nog het enorme verdriet van haar oma toen. Tussen Johanna en haar schoondochter Gesina was de relatie stroef. Misschien voelde ze zich daardoor teveel in dat grote gezin. In ieder geval vertrekt ze hetzelfde jaar naar haar oudste zoon Bernardus in Nijmegen. het idee was een korte vakantie van twee weken. Hier keert ze niet meer van terug. De bombardementen waren te hevig en het was te gevaarlijk om naar Twente te kunnen reizen. Ook begon er op 17-9-44 een spoorwegstaking, ze kon met geen mogelijkheid meer terug. Uiteindelijk sterft ze zeventig jaar oud, net op de tweede dag van het nieuwe jaar, op 2 januari 1945 om 1:30 u in Nijmegen. In Lonneker, bij haar zoon Harry, lijkt het verdrietige nieuws pas laat door te dringen. Pas een half jaar later, op 16 mei 1945, staat er een overlijdensbericht van Johanna in de Twentsche courant. Bij mijn moeder kwam het onverwachte verlies van haar grootmoeder hard aan. Ze heeft er tot op haar oude dag om getreurd. Zeker omdat ze nooit afscheid heeft kunnen nemen van haar favoriete oma. Ze verdween te abrupt uit haar leven. Wanneer Johanna’s lichaam van Nijmegen naar Enschede overgebracht is, blijft de vraag. Uiteindelijk is ze wel herbegraven naast haar echtgenoot op de RK begraafplaats aan de Gronausestraat 405 in Enschede. Misschien wel op die 16e mei 1945.

 

 

Zie meer portretten van voormoeders: voormoederproject 

Een gedeelte van de achtergrondinformatie die ik in deze schets over mijn voormoeder Johanna Smit gebruikt heb, komen uit de aantekeningen van archiefonderzoeken van mijn peetoom Ben Meekes en zijn zoon, mijn neef Sjef Meekes. Super bedankt daarvoor! Verder heb ik geput uit herinneringen die mijn moeder Rita Wegdam heeft opgeschreven en nagelaten.

Scroll naar top